Warming Up

Zomaar een stukje over……….. Warming-up

Ik zie het bij de gym en de voetbal, omdat mijn kinderen die beoefenen. Maar ik weet dat er overal hetzelfde door de kinderen tegenaan gekeken wordt. Altijd eerst die rondjes hardlopen, rekken en strekken en dat is niet altijd leuk. Het belang van een goede warming-up wordt hieronder uitgelegd. Warming-up, het woord zegt het al. Het lichaam moet op een of andere manier warm worden gemaakt. Waarom? De hartlong-circulatie moet op gang komen. De doorbloeding van de spieren, pezen en gewrichten moet worden gestimuleerd. Koud en onvoorbereid het veld in springen, is vragen om moeilijkheden. Een goede warming-up levert ook een betere coördinatie en daarmee een betere techniek op. Je reflexen verbeteren en daardoor verlaag je de kans op spier- en gewrichtsbandschade. Bovendien zijn de spieren en banden beter belastbaar op het moment dat de wedstrijd of de training begint.

Een warming-up verbetert het prestatievermogen en vermindert het risico op blessures.

Om een optimaal rendement uit de warming-up te halen, moet die bestaan uit een algemene en een specifieke warming-up. Bij de algemene warming-up warm je door middel van oefeningen de grote spiergroepen uit je lichaam op. Het doel hiervan is de functionele mogelijkheden van het lichaam op een hoger niveau te brengen. Bij de specifieke warming-up worden de bewegingen uitgevoerd met het doel die spiergroepen op te warmen die een direct verband hebben met de sport die je straks gaat beoefenen. Bij hardlopen zijn dit bijvoorbeeld de kuitspieren en de bovenbeenspieren.
Iedereen zal dus verschillende vormen van warming-up toepassen bij verschillende soorten sporten, maar het soort warming-up is ook afhankelijk van onderstaande verschillen tussen twee personen.
• De leeftijd van de sporter. Een oudere sporter heeft meer kans op blessures en moet dus voorzichtiger en geleidelijker aan de warming-up beginnen.
• De getraindheid van de sporter. Als een sporter goed getraind is dan kan de warming-up langer en intensiever zijn dan bij ongetrainde mensen.
• Het moment van de dag. ’s Ochtends zijn je spieren kouder dan ’s avonds, dus ’s ochtends moet een warming-up rustiger beginnen dan ’s avonds.
• Het weer. Als je buiten sport en het regent, dan zal je een langere warming-up nodig hebben dan wanneer de zon schijnt.
Tijdens de warming-up gebeurt er in het lichaam van alles. Doordat de sporter zich inspant, gaat zijn bloed sneller stromen. De spieren moeten meer arbeid verrichten en hebben hierdoor meer zuurstof nodig. Het bloed levert deze zuurstof aan de spieren en moet dus sneller stromen om voldoende zuurstof bij de spieren te krijgen. Doordat de spieren meer bloed (zuurstof!) nodig hebben, worden de bloedvaten in de spieren wijder, zodat er meer bloed door de spieren stroomt en dus meer zuurstof de spieren bereikt. De sporter gaat ook sneller en dieper ademhalen om zoveel mogelijk zuurstof uit de lucht op te nemen in zijn lichaam.
Met het bloed in de spieren neemt ook de temperatuur toe. Omdat het lichaam niet al te warm mag worden moet de warmte weg uit het lichaam. Dit kan doordat kleine bloedvaatjes in de huid wijder worden, zodat ze hun warmte af kunnen geven aan de buitenlucht. Ook zweten helpt om lichaamswarmte kwijt te raken. Als deze processen allemaal op gang zijn gekomen tijdens de warming-up, dan is het lichaam klaar voor de training. Veel plezier dus 

Karina Huigen